Digital Video Broadcasting of DVB is een internationaal aanvaarde open standaard voor digitale televisie. De standaard kan ook gebruikt worden om digitale radio uit te zenden.
Het huidige analoge tv-systeem is ongeveer vijftig jaar oud. Er zijn gedurende deze periode verschillende verbeteringen en vernieuwingen aan het systeem geweest zoals kleurentelevisie en teletekst. Via het analoge net zijn er geen ontwikkelingen meer mogelijk. Vandaar dat er de laatste jaren vooral op digitaal gebied ontwikkeld wordt.
Dit betekende dat er een compleet ander tv-systeem moest komen. Vanaf de uitgang van de tv-studio tot en met bij de kijker thuis moet de apparatuur worden vernieuwd. In Europa is hiervoor het Digital Video Broadcasting (DVB) systeem ontwikkeld. Afhankelijk van de toepassing zijn er vier verschillende versies, die overeenkomsten hebben. Er bestaat nu:
* DVB-S(2): voor het uitzenden via satelliet. Dit wordt onder andere gebruikt voor het uitzenden van de Nederlandstalige commerciële tv-programma’s.
* DVB-C: voor het doorgeven via de kabel.
* DVB-T: voor het uitzenden via aardse (terrestrial) zenders.
* DVB-H: voor het uitzenden naar mobiele 'handheld' toepassingen.
Voor elk van de vier systemen is een speciale ontvanger nodig, in de eerste drie gevallen meestal in de vorm van een set-top box. Dit kastje ziet er uit als een satellietontvanger. Bij gebruik via de kabel wordt dikwijls gesproken over een digitale decoder.
Het beeld van de camera wordt in de studio digitaal opgenomen. Dit levert een signaal op van 270 Mbit/s. Deze informatie is niet op een economische manier over te dragen. Daarom maakt DVB gebruik van videocompressietechnieken. Op dit moment wordt hiervoor de MPEG-2-standaard toegepast, in de toekomst zal eveneens MPEG-4 gebruikt worden. Door deze coderingstechnieken, waarbij bijvoorbeeld alleen de verschillen tussen de opeenvolgende beelden worden overgedragen, kan de bitstroom met een factor 50 tot 100 worden gereduceerd. De maximale reductie wordt bepaald door de vereiste beeldkwaliteit. Ook het geluid wordt gecodeerd, dit volgens MPEG1 layer 2. Hiermee wordt een reductie bereikt van 7 maal ten opzichte van een cd.
De voordelen van DVB zijn:
* Bij ontvangst is het beeld storingsvrij en het geluid is van cd-kwaliteit.
* Binnen één kanaal kunnen meerdere tv-programma’s en een aantal radioprogramma’s vergelijkbaar met de huidige kwaliteitsstandaard worden uitgezonden. In vergelijking met de huidige situatie is er dus meer ruimte voor programma’s.
* Het is mogelijk om extra informatie uit te zenden. Voorbeelden hiervan zijn Superteletekst, Elektronische Programma Gids (EPG), homebanking en homeshopping, Internet, etc.
* Doordat DVB-signalen digitaal zijn, kan men ze ook eenvoudig versleutelen, wat weer mogelijkheden biedt voor betaal-tv (Pay TV).
Via DVB kan men een betere beeldkwaliteit bereiken vergeleken met analoge TV. Bij DVB-S is dit standaard het geval.
Een nadeel van DVB is dat er een aparte decoder nodig is. Bij DVB-T en DVB-S komt daar nog een kamerantenne respectievelijk schotelantenne bij.
DVB-S(2)
DVB-S(atellite) gaat via een satelliet. Sublieme beeld- en geluidskwaliteit zijn mogelijk over hele continenten via een enkele frequentie. Hierdoor kan de beschikbare bandbreedte optimaal benut worden. Het grote nadeel is dat je voor satellietontvangst een line of sight verbinding nodig hebt tussen schotelantenne en satelliet. Enerzijds moet de antenne op de satelliet gericht staan met een kleine foutmarge (ca. 6°). Anderzijds moet ze die satelliet ook kunnen "zien", met andere woorden, er mogen geen gebouwen of andere obstakels in de weg staan.
Een verbeterde versie van DVB-S is de opvolger DVB-S 2. Hierin zijn talloze verbeteringen verwerkt, waardoor onder andere de capaciteit met 20% tot 30% is toegenomen (betekent 20% tot 30% meer tv-kanalen). Ook is de nieuwe standaard beter geschikt voor het doorgeven van internetverkeer (TCP/IP). Een nadeel is echter dat er nieuwe apparatuur nodig is welke met DVB-S2 overweg kan. Ook settopboxen zullen vervangen moeten worden. Dit betekent dat DVB-S2 in de praktijk vooral voor nieuwe toepassingen zoals HDTV gebruikt zal worden. De apparatuur in de grondstations en in de nieuwste satellieten zijn inmiddels al geschikt voor het doorsturen van DVB-S2 HDTV-signalen van het WK Voetbal in Duitsland in 2006. Wanneer DVB-S2-signalen in combinatie met de nieuwste compressietechnieken worden toegepast is ruwweg dezelfde capaciteit nodig (iets meer) als standaard kwaliteit digitale televisie met de bestaande compressietechnieken.
DVB-C
DVB-C(able) komt via de kabeldistributie. DVB-C is in de eerste plaats bedoeld om via compressie meer zenders te kunnen doorsturen over dezelfde bandbreedte als in gebruik is voor analoge televisie en dus zonder de bestaande kabelnetten om te bouwen. Op dit moment erkent de Federal Communications Commission (FCC) 60 analoge televisiekanalen (2-12 en 21-69) met een bandbreedte van 7 of 8 MHz per kanaal.
De bandbreedte van de Europese kabeltelevisienetwerken voor de doorgifte van signalen naar de klant loopt van 80 MHz tot 860 MHz. Deze bandbreedte kan gebruikt worden voor het transport van FM-radiosignalen, analoge (PAL) en digitale (DVB-C) televisiesignalen en EuroDOCSIS-signalen (voor internet en telefonie) over de kabel. Doordat de FM-radio in het gebied van 80 t/m 108 MHz wordt doorgegeven blijft voor doorgifte van DVB-C het gebied van 108 MHz t/m 862 MHz over. Hierbinnen gelden voor bepaalde frequenties echter ook beperkingen.
In een 8 MHz-kanaal past een analoog televisiesignaal of een DVB-C-/EuroDOCSISsignaal met een capaciteit van 42 Mbit/s. Daarmee kunnen afhankelijk van de gewenste kwaliteit ongeveer 6 digitale televisiekanalen worden getransporteerd.
DVB-T
DVB-T(errestrial) zendt uit via zendmasten op aarde. Door gebruik van digitale techniek is bij voldoende signaal de ontvangst prima. Ruis (sneeuw) en reflecties (dubbele beelden) komen niet meer voor. Als er te weinig ontvangsignaal is bevriest het beeld of wordt het zwart, maar door het gebruik van sterke digitale compressietechnieken kan de beeldkwaliteit lager worden dan bij DVB-S of zelfs analoge tv. Gelukkig zijn er ook voordelen. De uitgestuurde vermogens bij DVB-T hebben slechts een fractie van de energie nodig vergeleken met analoge uitzendingen voor een zelfde dekkingsgebied. Het is vrijwel de enige tv die comfortabel te bekijken is in een rijdende auto (mits er twee antennes gebruikt worden). Er is nog een hele reeks technische voordelen, waaronder de mogelijkheid om steunzenders op dezelfde frequentie te laten sturen zodat er tijdens lange autoritten niet gezapt hoeft te worden. Er kunnen ook een 4-tal televisiezenders uitgezonden worden op dezelfde bandbreedte van 1 analoog televisiekanaal.
DVB-H
DVB-H(andheld) is een standaard die waarschijnlijk in het voorjaar van 2006 klaar zal zijn. Het laatste deel van de standaard, geproduceerd door de CBMS-werkgroep, is eind 2005 ter goedkeuring voorgedragen. Op fysiek niveau is er weinig verschil met DVB-T maar het systeem is geoptimaliseerd voor mobiel gebruik en ontvangst op handhelds, zoals mobiele telefoons en Personal Digital Assistants (PDA's).
Door enkele wijzigingen t.o.v. de DVB-T standaard slaagt men erin met slechts één antenne en beperkt stroomverbruik toch mobiele ontvangst te hebben. Op linklayerniveau en hoger zijn er grote verschillen. Ten opzichte van de andere DVB-standaarden, is een totaal nieuwe servicestructuur gedefinieerd, die nog slechts ten dele is afgebeeld op de SI (Service Informatie) in de transportstroom. Door de wijzigingen in de standaard t.o.v. DVB-T kunnen DVB-T ontvangers geen DVB-H ontvangen. In 2006 zou Nokia een mobieltje met DVB-H op de markt brengen. DVB-H kan een betere kwaliteit bieden dan UMTS. Hoe DVB-H uitgezonden zal worden is nog onduidelijk. Er zijn een aantal opties. Het opzetten van een DVB-H zender netwerk. Probleem hierbij is het toekennen van spectrum. Een tweede mogelijkheid is het toevoegen van DVB-H services aan een DVB-T transport stroom. De laatste mogelijkheid is het toepassen van hiërarchische modulatie op bestaande DVB-T-zenders. Het highprioritykanaal zou dan gebruikt kunnen worden voor DVB-H. Het nadeel voor alle opties is dat het ten koste gaat van de capaciteit gereserveerd voor DVB-T (of andere systemen). Met behulp van een beperkt aantal zendmasten (in vergelijking met het aantal benodigde UMTS zendmasten) kan een geheel land als België/Nederland gedekt worden.